Lucia

Er zijn een aantal verhalen over Lucia bekend. Lucia komt van het Latijnse woord “lux” dat licht betekent. Ten tijde van de Gregoriaanse kalender werd Lucia “gevierd” tijdens de langste nacht, nl. 20 en 21 december. Door de invoering van de Juliaanse kalender verschoof Lucia min of meer toevallig naar 13 december. Deze langste nacht heette “duivels” te zijn, en men dacht dat Lucifer er huis hield. Huizen en deuren werden hermetisch gesloten en men wachtte met angst en beven op het eerste licht van de ochtend. Als vrouwelijke tegenhanger van Lucifer verschijnt dan de Luciafiguur, een lichtwezen. De legende over Lucia vertelt dat zij in 304 in Syracuse op Sicilië de marteldood sterft, als een van de laatste offers van de Romeinse christenvervolging. Een ander verhaal gaat over Lucia, die van haar bruidsschat eten koopt voor de armen, in plaats van aan haar man te geven. Hij laat haar in de gevangenis zetten. Als straf voor hem steekt zij zich de ogen uit en laat ze hem brengen. Zij wordt ter dood gebracht en later heilig verklaard. In Zweden gaat het verhaal dat zij rond 1200 verscheen aan de oevers van het Vänermeer, waar toen een vreselijke hongersnood heerste. Zij verscheen met een schip met voedsel, dat ze uitdeelde aan de mensen. Sinds de 17e eeuw wordt er Lucia gevierd. Eerst dus als antwoord op de duivelse Lucifer. Aan het begin van de 20e eeuw begon de huidige Lucia-viering vorm te krijgen. In 1927 werd de eerste officiële Lucia gekozen door de krant van Stockholm.

Tegenwoordig is er ieder jaar in Zweden een Lucia-verkiezing en heeft elke school, bedrijf of vereniging zijn eigen Lucia. Thuis is een van de dochters Lucia, gekleed in een witte jurk met rood lint en een kaarsenkroon op het hoofd, en zij komt ’s ochtends met een dienblad met koffie en “lussekatter”. Overal wordt er Lucia gevierd. En is het niet prachtig, dat er na die angstige, duivelse langste nacht ’s ochtends het eerste licht verschijnt in de vorm van een Lucia-bruid, die het (kaarsen)licht brengt?